Categorie: Dagelijkse beslommeringen

Glas half leeg of half vol…?

Als je eenmaal geconfronteerd wordt met kanker heeft dat een blijvende impact, niet alleen op diegene die kanker heeft, maar ook op zijn of haar directe omgeving.

Nu zijn er verschillende manieren hoe mensen reageren en de meest bekende is misschien wel de 3 V’s:

  • Vechten
  • Verstijven
  • Vluchten

Welke van deze scenario’s voor wie van toepassing is, komt natuurlijk mede voort uit hoe je als persoon in elkaar steekt.

Bij Marijke werd vlak voor Kerst 2007 tijdens controle “in de bus” borstkanker geconstateerd en daar zijn wij allebei op onze eigen manier mee omgegaan. Terugkijkend kun je stellen dat wij toen voornamelijk bezig waren met herstel en dus vooral met overleven.

Daar waar mensen bij het horen van het woord “kanker” al verstijven en dit direct associëren met “dood”, hebben wij dat nimmer gedaan; herstellen en verder gaan met leven, was ons ongeschreven motto. In de volksmond noemt men dat vechten, maar bij vechten heb je, hoe dan ook een kans en bij kanker is er sprake van wel of geen geluk hebben.

In 2012 bleek dat er sprake was van uitzaaiingen en pas toen ben ik, door een artikel in het Blad B “Als je niet meer beter wordt…”, geconfronteerd met het feit dat Marijke dus nooit meer beter zou worden…. Nu is niet meer beter worden, iets anders dan dood gaan, maar het is wel onlosmakelijk met elkaar verbonden….

Op dat moment kun je twee dingen doen: de hele tijd bezig zijn met wat er zou kunnen gebeuren als….., maar je kunt, gelet op de omstandigheden ook proberen er het beste van te maken en zo veel mogelijk te genieten en wij hebben er toentertijd samen voor gekozen om dat laatste te doen, maar dat betekent helaas niet, dat je daarmee niet (bijna) elke dag geconfronteerd wordt met die gedachten van “wat, als…..”, de kunst is alleen om er niet aan toe te geven….

Hoe je het ook wendt of keert, je hebt dagelijks te maken met spanningen. Spanningen rondom bezoeken aan het ziekenhuis, spanningen door uitslagen van scans, maar ook spanningen die worden opgeroepen als je weer te horen krijgt dat een lotgenote met uitgezaaide borstkanker te horen heeft gekregen dat verdere behandeling niet mogelijk is, of als je hoort dat een lotgenote is overleden.

Houden die spanningen ooit op? In deze vorm (Pre-stress) waarschijnlijk wel, maar daar dan komen andere spanningsklachten (Post-stress) voor terug. Of je nu gebeten wordt door de hond of door de kat?

Wij hebben er vanaf het eerste begin in 2007, samen voor gekozen om over de kanker, de behandeling en de emoties die het soms oproept, heel erg open te zijn en daarmee was het voor sommige mensen bijzonder confronterend. De een sprak er zijn bewondering over uit, terwijl een ander die openheid volledig afkeurde.

Wat men gemakshalve vergat, is dat het voor ons niet zo belangrijk was wat anderen er van dachten (klinkt erg egoïstisch, dat besef ik). Voor ons was het een strategie om te overleven en heeft het gewerkt.

Voor sommigen zijn wij een voorbeeld geweest hoe je, ondanks uitgezaaide kanker, met een positieve instelling alles uit het leven kunt halen wat er in zit en dat heeft ons altijd steun gegeven bij het verwerken van ons eigen verdriet, maar ieder mens is uniek en daarmee ook de manier waarop je in het leven staat.

Ik ben er van overtuigd dat een positieve instelling helpt, zelfs nu ervaar ik dat nog elke dag aan den lijve…

Mijn dilemma

Bijna dagelijks vragen mensen mij, rechtstreeks of via sociale media, heel belangstellend en oprecht, hoe het met me gaat en dat levert mij iedere keer weer een dilemma op… en ik moet glimlachen bij de gedachte dat Marijke hier ook tegenaan liep…

Als ik namelijk antwoord dat het (redelijk) goed gaat, is dat het meest eenvoudige… Ik hoef dan verder niks meer uit te leggen…

Als ik echter antwoord dat het niet goed gaat, moet ik dat -in elk geval in mijn beleving- nader toelichten en daar heb ik dus eerlijk gezegd geen behoefte aan… Het geeft mij een ongemakkelijk gevoel, zelfs bij mensen die heel dicht bij me staan, zoals bijv. de kinderen of hele goede vrienden.

Mijn ervaring is dat mensen de problemen die ik ervaar, proberen te relativeren en vervolgens komen ze met goed bedoelde adviezen. Niemand realiseert zich namelijk -heel begrijpelijk en dat verwijt ik ook absoluut niemand- dat ik daar niet op zit te wachten. Verdriet, pijn en onmacht moet je als het ware beleven… je zult het een plekje moeten kunnen geven om verder te kunnen.

Ik ben zelf heel goed in staat te relativeren, geniet dagelijks van het leven en besef terdege dat ik, ondanks het gemis van Marijke, in mijn handen mag knijpen, maar dat neemt niet weg dat er ook in mijn leven dingen zijn, die ronduit bijzonder vervelend zijn en waar ik niets aan kan veranderen. Ik wil absoluut niet ‘klagen’ en al helemaal niet ‘zielig’ gevonden worden.

Om terug te komen op de vraag: “Hoe gaat het met je…?”, antwoord ik dus maar: “Het gaat redelijk goed met me”…, maar een goed verstaander…

Moeilijke dagen

Vandaag hoorde ik weer een verhaal van iemand met uitgezaaide borstkanker die naar een hospice moet… 27 jaar Nog maar en thuis een man en twee kleine kinderen.

Het is de laatste weken een aaneenschakeling van droevige berichten; een kleinkind van goede vrienden dat vlak voor de geboorte overlijdt, een oud-collega die op 54-jarige leeftijd plotseling overlijdt, een vriend van begin 50 die een hartinfarct krijgt en een aantal vrouwen met uitgezaaide borstkanker, die te horen hebben gekregen dat verdere behandeling niet meer mogelijk is…

Het raakt me diep en overschaduwt mijn eigen verdriet wat al lang niet vers meer is, maar houdt verdriet überhaupt een keer op…? Tijd heelt spreekwoordelijk de wonden, maar iedereen heeft zijn eigen tijd nodig…

Ik moet denken aan een bijzonder fragment uit een van de prachtige verhalen van A.A. Milne over Winnie the Pooh.

“Vandaag was een Moeilijke Dag,” zei Pooh.
Er was een pauze.
“Wil je erover praten?” vroeg Knorretje.
“Nee,” zei Pooh na een tijdje. “Nee, ik denk niet dat ik dat wil.”
“Dat is oké,” zei Knorretje, en hij ging naast zijn vriend zitten.
“Wat doe je nu?” vroeg Pooh.
“Niets eigenlijk,” zei Knorretje. “Maar ik weet wat Moeilijke Dagen zijn en ik wil daar meestal ook niet over praten, op zo’n Moeilijke Dag.
“Maar weet je,” vervolgde Knorretje, “Moeilijke Dagen zijn zoveel makkelijker wanneer je weet dat er iemand voor je is… En ik zal er altijd zijn voor jou, Pooh.”

En Pooh zat daar zomaar wat te zitten, zijn hele Moeilijke Dag door zijn hoofd te malen, terwijl stevige, betrouwbare Knorretje zwijgend naast hem zat te bengelen met zijn korte beentjes… En Pooh bedacht dat zijn beste vriend overschot van gelijk had.

Ik put dagelijks troost uit de gesprekken die ik met Marijke had… Er gaat ook geen dag voorbij dat ik een brok in mijn keel krijg, moet lachen of een beeld heb bij een van de ontelbare herinneringen die ik heb. Je zou kunnen zeggen dat Marijke mijn “Knorretje” is.

Terwijl jij er niet meer bent

Ik kan met jou praten
Terwijl je er niet meer bent
Ik kan naar jou luisteren
Terwijl je er niet meer bent
Ik kan met jou lachen
Terwijl je er niet meer bent
Ik hou nog steeds van jou
Terwijl je er niet meer bent

Dat dit allemaal kan
Terwijl jij er niet meer bent…
… maakt mij een gelukkige vent

(C) Ruud Vorstermans

Een lach en een traan…

Ik schenk koffie in en neem twee speculaasjes uit de koektrommel en eet ze met smaak op. Ik open de koektrommel opnieuw en neem er, eigenlijk tegen beter weten in, nog twee speculaasjes uit en op dat moment schiet ik vol… Ik kijk naar de foto van Marijke en moet lachen, niet zachtjes, maar voluit… Dit waren van die heerlijke momenten, als Marijke zei: “Zullen we er nog eentje nemen?”.

Het inspireert me en zo ontstaat er door het simpelweg pakken van een speculaasje weer een gedicht.

Een lach en een traan

Het leven bestaat uit
Een lach en een traan
Herinneringen bestaan uit
Een lach en een traan
Rouwen bestaat uit
Een lach en een traan

Na verloop van tijd
Worden herinneringen
Meer een lach
Minder een traan
En ontstaat vrede
Met een glimlach
Door te gaan

(C) Ruud Vorstermans

Boekpresentatie en -signeersessie

Voor de derde achtereenvolgende dag loop ik ’s ochtend om 5:00 uur al buiten en ik vraag me af of ik onbewust wat minder goed slaap omdat ik al dagen bezig ben met vandaag. Vandaag? Ja, want vandaag vindt dan mijn boekpresentatie plaats in het prachtige Markiezenhof. Ik heb speciaal voor vandaag een gedicht geschreven dat de kopers van een gesigneerd exemplaar als een soort van boekenlegger bij hun aankoop krijgen.

Om vandaag extra feestelijk te maken, heb ik mezelf getrakteerd op iets lekkers bij de koffie, namelijk Wener kersenvlaai.

Gisteren heeft een aantal mensen nog laten weten, uiteindelijk toch niet te kunnen komen, maar wel graag een boek te willen kopen en ook vandaag moet een aantal mensen alsnog verstek laten gaan. Jammer, maar er zijn gelukkig nog genoeg mensen die wel komen, zodat ik in elk geval niet alleen ben…

Ik wil op de fiets naar de stad, want parkeren is, zeker op zaterdag, een drama. Het is even puzzelen hoe ik de boeken meekrijg, maar uiteindelijk lukt het me om voldoende exemplaren in de fietstassen te stoppen. Ik fiets in tien minuten naar de stad en het is even na 14:00 uur als ik in de prachtige Hofzaal mijn boeken op een veilige plaats wegzet. Niet veel later komen de eerste gasten, waardoor er ook nog tijd is voor een informeel praatje. Er wordt nog even een tafeltje met 2 stoelen neergezet en een fles water met 2 glazen…

…en dan is het 15:00 uur, maar is Marjo Peppelaar, die vanmiddag als gesprekleider zou optreden er nog niet en hoewel er geen sprake is van echte paniek, bedenk ik dat ik mezelf kan interviewen vanaf stoel 1 en dan antwoord kan geven vanaf stoel 2… Gelukkig voor de aanwezigen is het zover niet gekomen, want Marjo is er en we kunnen met een paar minuten vertraging beginnen.

De eerste vraag -die had ik natuurlijk wel aan zien komen- is hoe ik er toe gekomen ben om gedichten te gaan schrijven? Ik leg uit dat ik vanaf 2012 dagelijks op Facebook een “Liefde is…” heb geplaatst en dat ik, nadat in 2016 er ook uitzaaiingen in de hersenen waren en de oncoloog zichzelf afvroeg of Marijke het einde van dat jaar nog zou meemaken, op 7 juni 2016, op een camping in de Provence, mijn eerste gedicht geschreven en de reacties daarop waren zo positief, dat ik er mee ben doorgegaan.

Een traan…

Ik voel een traan opwellen
als ik zie hoe moe je bent
als ik merk dat je weer pijn hebt
of als je bijna je evenwicht verliest

Ik voel een traan opwellen
als ik zie hoe je ondanks alle ongemakken
niet opgeeft
hoe slecht je ook hoort
hoe snel je soms ook vergeet

Terwijl ik dit schrijf
valt er op het toetsenbord een traan
als ik steeds meer besef
dat ik je straks moet laten gaan

(C) Ruud Vorstermans

Ik had toen nooit kunnen bedenken dat er exact drie jaar later een complete bundel gedichten van mijn hand zou zijn en dat er een uitgever is die dat ook in de markt wilde zetten.

Marjo en ik hadden afgesproken om het gesprek niet echt voor te bereiden, maar het gewoon te laten gebeuren en dat pakt heel goed uit. Vanuit de zaal zijn er ook reacties, waarbij de echtgenoot van een lotgenote aangeeft dat hij eigenlijk geen hobbies heeft en daarom een beetje worstelt met de vraag wat hem dan rest als zijn vrouw ooit een keer komt te overlijden. DE oplossing heb ik ook niet, maar het is wel iets waar ik me, mede vanuit mijn rol binnen de Borstkankervereniging Nederland waarbij de nabestaanden centraal staan, extra ga verdiepen.

De laatste vraag die mij gesteld wordt geeft te maken met het feit dat ik over enkele weken de pensioengerechtigde leeftijd bereik en dan na 46 jaar ook echt ga stoppen met werken. Ik heb inmiddels voldoende gedichten voor een tweede bundel en daarnaast krijg ik steeds meer aardigheid in schrijven en heb plannen om met het verhaal van Marijke en mezelf, zoals we dat in onze blogs hebben bijgehouden, iets te gaan doen. Ook het schrijven van een kinderboek lijkt me erg leuk en ik ga misschien ook nog wel iets doen met koken. Daarnaast ga ik vaker en langer weg met de caravan, heb ik nog voldoende klussen in en om het huis en houd ik van lezen en muziek luisteren. Voor mij dus na 11 juli, mijn aller, allerlaatste werkdag in loondienst, geen zwart gat…

We gaan naar een andere ruimte, waar ik aan een grote tafel plaatsneem om de boeken te signeren en de mensen de gelegenheid hebben om een kopje koffie of een drankje te drinken.

Er is gelukkig genoeg tijd om met iedereen een praatje te maken en voordat ik het weet wordt zachtjes, maar wel vriendelijk gezegd dat men gaat sluiten; het is dan inmiddels 17:30 uur.

Ik heb van diverse mensen een cadeau gekregen en omdat ik met de fiets ben, levert dat een probleem op, maar gelukkig biedt Peet aan om de cadeaus met de auto bij me thuis af te leveren.

Thuis aangekomen schenk ik een borrel in en blijk ik nog steeds in een soort van trance te verkeren. Wat is het bijzonder om dit mee te mogen maken en ik ben van mening dat wat velen vandaag tegen me gezegd hebben, ook waar is: “Marijke zou verschrikkelijk trots zijn geweest”.

Vandaag

Een bijzonder moment
Gedichten en gedachten
Aan een bijzonder mens
Elke pagina, elk gedicht
Voel ik jouw aanwezigheid

Langzaam rolt een traan
Over mijn gezicht
Als ik me realiseer
Dat ik je juist
Vandaag extra mis

(C) Ruud Vorstermans

Lieve mensen, allemaal bedankt, voor de aanwezigheid, de wil om aanwezig te zijn, de bemoedigende woorden, de complimenten, maar uiteindelijk ook voor de aanschaf van het boek. De Borstkankervereniging Nederland kan het geld heel goed gebruiken.

Het boek is onder anderen te koop bij de uitgever (https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=9747) bij Bol.com en bij de reguliere boekhandel.

Vakantie…?

Ik geniet in bijna horizontale stand van het zonnetje als ik word opgeschrikt door een snerpend lawaai. Het blijkt een dame met een bijzonder irritante, bijna Amerikaans aandoende nasale stem te zijn. Dat is nog wel te verdragen, als iemand af en toe wat zegt, maar deze dame is gewend om haar personeel -in dit geval haar mannelijke reisgenoot, maar gelet op zijn onderdanige manier van antwoorden, vermoed ik dat hij haar man is- direct en met heel veel woorden aan te sturen.

Het begint al met het op de plek manoeuvreren van de caravan. Zij geeft driftig aanwijzingen, die haar man direct en onverbiddelijk opvolgt, maar als het gevaarte staat, vindt mevrouw het niet goed en begint het geven van orders opnieuw.

Ik laat Marijke 💕 zachtjes weten wat ik er van denk en ik zie haar glimlachen; wij waren altijd zeer eensgezind in onze (voor)oordelen over mede-kampeerders.

Nadat de caravan eindelijk zo staat dat het mevrouw haar goedkeuring kan wegdragen, start het pandemonium opnieuw, maar nu met de auto als onderwerp. Als uiteindelijk ook deze ook een goedgekeurde plaats op het hun toegewezen veldje heeft gekregen, bekommert de vrouw zich over de vraag waar de stroom vandaan gehaald moet worden?

Blijkbaar is het vertrouwen in haar metgezel niet groot, want even later zie ik de dame in kwestie achter de caravan vandaan benen. Een ondefinieerbare niet-natuurlijk blonde boblijn in een vale korte broek, waaronder hele witte beentjes, beent over het pad van de camping. Ze struikelt bijna over de stroomvoorziening die daar parmantig staat opgesteld en deelt op onnavolgbare wijze haar geluk met nog wat extra volume richting haar mannelijk partner, die op nog geen 10 meter van haar af staat. Mijnheer gaat vervolgens met 10 meter kabel lopen richting de stroomvoorziening om tot de conclusie te komen dat 10 meter meestal genoeg is, maar nu niet.

Als dan eindelijk alles is neergezet en aangesloten, hoor ik de dame in de caravan rommelen en ik hoor geluiden die doen vermoeden dat er af en toe iets uit een kastje valt. Ik hoor de man vervolgens zachtjes richting de caravan roepen: “ Ik ga even de camping verder bekijken” en hij loopt kwiek en met grote passen steeds verder van de caravan vandaan; hij heeft even een paar minuten vakantie…

Menu Title